| John Boswell | ||
|---|---|---|
| Persoonlijke gegevens | ||
| Titulatuur/graad | Doctor of Philosophy | |
| Volledige naam | John Eastburn Boswell | |
| Geboortedatum | 20 maart 1947 | |
| Geboorteplaats | Boston (Verenigde Staten) | |
| Overlijdensdatum | 24 december 1994 | |
| Overlijdensplaats | New Haven (Verenigde Staten) | |
| Nationaliteit | ||
| Beroep | Historicus | |
| Academische achtergrond | ||
| Alma mater | College of William & Mary Harvard-universiteit | |
| Proefschrift | Muslim Communities Under the Crown of Aragon in the Fourteenth Century | |
| Wetenschappelijk werk | ||
| Vakgebied(en) | Geschiedenis | |
| Universiteit | Universiteit van Yale | |
| Soort hoogleraar | Gewoon hoogleraar | |
| Bekende werken | Christianity, Social Tolerance, and Homosexuality (1990) | |
| Erkenning en lidmaatschap | ||
| Prijzen, onderscheidingen en erkenningen | National Book Award (1981) | |
John Eastburn Boswell (Boston, 20 maart 1947 – New Haven, 24 december 1994) was een Amerikaans historicus en was als hoogleraar verbonden aan de Yale-universiteit. De focus in zijn werk lag op religie en homoseksualiteit, met name het christendom en homoseksualiteit. Door sommigen wordt Boswell gezien als een belangrijk persoon in studies naar homoseksualiteit.[1][2]
Biografie
[bewerken | brontekst bewerken]Carrière
[bewerken | brontekst bewerken]Boswell werd geboren in Boston en studeerde aan het College of William & Mary en aan de Harvard-universiteit. Op deze laatste universiteit behaalde hij zowel zijn mastersgraad als zijn doctoraat. Hij was een polyglot en sprak of las 17 talen, waaronder Kerkslavisch, Armeens, Syrisch en Perzisch.
In 1975 kwam hij in dienst van de Yale-universiteit als universitair docent en in 1982 verkreeg hij het hoogleraarschap. Acht jaar later verkreeg hij A. Whitnet Griswold leerstoel in de geschiedenis. Boswell was in 1987 betrokken bij de oprichting van het Lesbian and Gay Studies Center in Yale.[1]
Persoonlijk leven
[bewerken | brontekst bewerken]Boswell bekeerde zich na het voltooien van zijn studie aan het College of William & Mary van de Episcopaalse Kerk naar het Rooms-Katholicisme. Hij was homoseksueel en had een relatie met Jerone Hart.[3] Boswell overleed in 1994 aan de gevolgen van Aids. Zijn beide ouders overleefden hem.[1]
Wetenschappelijk werk
[bewerken | brontekst bewerken]Boswell schreef over zijn eigen onderzoek dat het een belangrijk doel voor hem was "om de gangbare opvatting te weerleggen dat religieus geloof – christelijk of anderszins – de oorzaak is van intolerantie jegens homoseksuelen." Zo toonde hij aan dat er in de periode tussen 1050 en 1150 sprake was van een bloeiende subcultuur.[1]
In 1980 kreeg Boswell brede erkenning voor zijn boek dat in dat jaar verscheen, Christianity, Social Tolerance, and Homosexuality. Het boek leverde de nodige controverse op, zo betwistten sommige geleerden en theologen zijn bevindingen. Historicus Paul Robinson schreef in een recensie voor The New York Times "het vertelt over dingen die tot nu toe onvoorstelbaar waren en stelt een norm van uitmuntendheid die men onmogelijk had geacht bij de behandeling van zo'n omvangrijk, onbekend en complex onderwerp." Ondanks dit soort kritieken won Boswell met dit boek de National Book Award in 1981.[1] Historicus Alan Bray blikte na het overlijden van Boswell over de betekenis van dit boek: "Het was een van de allereerste boeken die seksualiteit serieus nam als een historisch vraagstuk, en hij bracht er een enorme eruditie in die de studie ervan een ongeëvenaarde kracht en autoriteit verleende."[4]
Concept seksualiteit
[bewerken | brontekst bewerken]In een veel geciteerd artikel ging Boswell ook in op de categorisatie van seksualiteit. Hier schreef hij over dat: "Als de categorieën 'homoseksueel/heteroseksueel' en 'gay/straight' uitvindingen zijn van specifieke samenlevingen in plaats van reële aspecten van de menselijke psyche, dan bestaat er geen homogeschiedenis." In 1989 definieerde Boswell homoseksuele personen als "diegenen wier erotische interesse overwegend gericht is op hun eigen geslacht (dat wil zeggen, ongeacht hoe bewust ze zich hiervan zijn als een onderscheidend kenmerk)."[2]
Nalatenschap
[bewerken | brontekst bewerken]In 2021 vernoemde het College of William & Mary een van hun gebouwen naar Boswell.[5] Daarnaast kent deze universiteit het "Boswell Initiative" dat innovatief, interdisciplinair onderzoek bevordert naar de culturele, economische, politieke en beleidsmatige aspecten van het leven van lesbische, homoseksuele, biseksuele en transgender personen in de Verenigde Staten en andere landen.[6]
Bibliografie
[bewerken | brontekst bewerken]- 1977: The Royal Treasure: Muslim Communities Under the Crown of Aragon in the Fourteenth Century
- 1980: Christianity, Social Tolerance, and Homosexuality: Gay People in Western Europe from the Beginning of the Christian Era to the Fourteenth Century
- 1982: Rediscovering Gay History: Archetypes of Gay Love in Christian History
- 1989: The Kindness of Strangers: The Abandonment of Children in Western Europe from Late Antiquity to the Renaissance
- 1991: Homosexuality in the Priesthood and the Religious Life
- 1994: Same-Sex Unions in Pre-Modern Europe
- 1 2 3 4 5 (en) Dunlap, David W., "John E. Boswell, 47, Historian Of Medieval Gay Culture, Dies", The New York Times, 25 december 1994. Geraadpleegd op 26 maart 2026.
- 1 2 John Boswell. LGBTQ Religious Archives Network. Geraadpleegd op 26 maart 2026.
- ↑ (en) YAMP: John Boswell. yamp.org. Gearchiveerd op 10 januari 2019. Geraadpleegd op 26 maart 2026.
- ↑ Alan Bray, “John Boswell.” History Workshop Journal, no. 40 (1995): 273–74.
- ↑ (en) W&M campus structures named for trailblazing alumni. William & Mary. Gearchiveerd op 23 april 2021. Geraadpleegd op 26 maart 2026.
- ↑ (en) John Boswell Initiative. William & Mary. Gearchiveerd op 25 april 2021. Geraadpleegd op 26 maart 2026.